home extranet
Verwilderingstips
Na de bloei neemt de bladontwikkeling sterk toe en wordt tevens zaad gevormd dat ruimschoots de gelegenheid moet krijgen uit te rijpen. De zaden die van enkele gewassen, zoals Chionodoxa, Scilla e.z. tussen de planten vallen zullen daar een goede voedingsbodem vinden om te kiemen met als gevolg een toename van het aantal en op den duur dus ook aanzienlijk meer bloemen.
Uitzonderingen
Niet alle bol- en knolgewasssen die na eens te zijn geplant en aan hun
lot worden overgelaten, hebben het vermogen jaarlijks opnieuw uitbundig te
bloeien en zich daarnaast nogeens te vermeerderen. Door uitgebreid onderzoek in
de laatste jaren zijn we tot de conclusie gekomen dat veel bloembollen geschikt
zijn voor meerjarenbloei mits geplant in een lichte en zonnige omgeving.
Uiteraard zijn dat de bekende crocus, scilla, allium en narcis. Daarnaast zijn
hyacinten zoals ‘Pink Pearl’, ‘White Pearl’ en ‘Delfts Blauw’ zeer geschikt. Bij
de tulpen zijn van de botanische cultivars zeer geschikt o.a. turkestanica,
tarda, linifolia, ‘Cape Cod’ en ‘Candela’. Daarnaast de langstelige tulpen zoals
‘Ad Rem’, ‘Don Quichotte’, ‘Golden Apeldoorn’ en ‘Parade’.
Standplaatsen
Voor de verwildering van bloembollen komen een aantal specifieke, voor dit
doel zeer geschikte, plaatsen in aanmerking. Afgezien van het feit dat ze een
voldoende groot oppervlak dienen te beslaan, moeten ze ook vanuit diverse
gezichtsvelden te overzien zijn. Grasvelden zijn zeer geschikt. Daarnaast komen
eveneens brede randen langs heestergroepen in aanmerking. Een bosachtig deel van
de tuin kan aanmerkelijk verlevendigd worden met het aanbrengen van een massale
beplanting van de daar van nature thuishorende soorten. Gedacht kan worden aan
Allium ursinum, Anemone nemorosa (bosanemoon), Anemone ranunculoides,
Erythronium des-canis, Corydalis, Corydalis solida, Arum italicum, Fritillaria
meleagris (Kievitsbloem), Galanthus (Sneeuwklokje), Hyacinthoides non-scripta,
en Ornithogalum umbellatum. Voor een minder natuurgetrouwe beplanting komen
uiteraard vele andere soorten in aanmerking. In plaats van de beide eerder
genoemde anemonen kan ook gebruik gemaakt worden van Anemone blanda, die zowel
in gemengde kleuren als afzonderlijk in de kleur lila, wit en blauw, aangeboden
wordt. De wilde hyacint kan bijvoorbeeld gemakkelijk vervangen worden door de
Spaanse hyacint. In sommige gevallen zal blijken dat de exotische soortjes zich
beter zullen handhaven dan hun inheemse
soortgenoten.
Grondbewerking
Alvorens tot planten over te gaan dient nagegaan te worden in hoeverre het perceel geschikt is voor de verwildering van bloembollen. De waterhuishouding,humusgehalte en de zuurgraad (pH) spelen hierbij een belangrijke rol. Blijkt de drainage niet goed te functioneren, dan moet dit verholpen worden. Het humusgehalte wordt verhoogd door het aanbrengen van organische meststoffen en/of compost. Dit is ook uitstekend geschikt voor de zwaardere leem en kleigronden. De pH, die om en nabij de 6 -6,5 moet liggen, kan verhoogd worden door het opbrengen van kalk. Verlaagd wordt het door het toevoegen van turfmolm.
Bemesting
Een bemesting op maat voorkomt dat planten ziek worden en gevoelig worden voor
ziekten en plaagdieren, dit resulteert in minder gebruik van
bestrijdingsmiddelen. Een juiste bemesting zorgt ook voor een goede
bodemstructuur.
Er is keuze uit diverse meststoffen:
- Compost en dierlijke mest. Dit zijn organische meststoffen. Het zijn, zoals eerder beschreven, ook goede bodemverbeteraars.
- Natuurlijke meststoffen die als aanvulling op organische mest worden gegeven.
- Kunstmest.
Het te kiezen type bemesting hangt af van het type beplanting en het tijdstip dat er bemest kan worden. Planten en bloembollen die uit zichzelf vermeerderen staan op hun natuurlijke standplaats. De natuur is hier in balans. De grondsoort, structuur, waterhuishouding en beplanting sluiten hier prima op elkaar aan. Het is niet gebruikelijk om in een balanssituatie bij te mesten.
Mogelijk blijkt uit een aantal verschijnselen (vaak zichtbaar in het blad van planten) dat er een tekort is aan een bepaalde voedingsstof. Dan is het gebruik van aanvullende meststoffen een aanbeveling. Deze meststoffen moeten organisch zijn en passen daardoor beter in de natuurlijke omgeving waar de planten zich in bevinden.
Aanvullende meststoffen vullen specifieke tekorten in de plantenvoeding uit organische meststoffen aan, zoals fosformeststof (fosfor) en vinassekali (kali: afvalproduct uit de voedingsindustrie). Tot slot zijn er meststoffen met kalk, zoals maërl (koraal- algenkalk), die de zuurgraad van de bodem regelen.
Indien deze toepassing één keer per jaar wordt uitgevoerd dan is het voor de bloembollen van belang dat deze bemesting direct na de bloei plaatsvindt.
Maaien
De in gras geplante bollen kunnen pas gemaaid worden, zodra de bovengrondse
delen van de bol geheel zijn afgestorven. Als regel voor het maaien wordt
aangehouden dat daarmee gemiddeld 6 tot 8 weken na de bloeiperiode kan worden
begonnen. Tot de soorten die het meest geschikt zijn voor aanplant in gras
behoren sneeuwklokjes, Crocussen, Chionodoxa, Scilla siberica en vroegbloeiende
narcissen.
